Generale aparte

 

Zondag 30 oktober 2011. Het is weer zover. ‘Generale’. Inmiddels al een traditie op de ochtend volgend op de nacht van het terugdraaien van de klok. Wintertijd. Start om 8 uur, eigenlijk 9 uur. Uitgeslapen dus. Als ik kom aanfietsen, zie ik een paar mensen warmlopen. Waarom eigenlijk? De Generale is toch juist bedoeld om warm te lopen. Gelukkig zijn het er maar een paar. De meeste generalers hebben geen verbeten wedstrijdbekkie, maar verzamelen zich met een vrolijke smile op het schoolplein aan de Groesbeekseweg, waar het gekakel niet van de lucht is.

Als begeleider van de 9-kilometergroep heb ik van Joan Merx een geel hesje gekregen en een tussentijdeninstructiekaartje; elke kilometer 6 minuten en veertig seconden. Ik voeg mij bij de andere begeleiders van mijn groep – Peter, Agnes, Herman S, Mieke en Hella – en weldra verzamelen zich een heleboel mensen om ons heen. Ze zijn afgekomen op het bord met het opschrift ‘9’, dat door Peter krachtig in de lucht is gestoken. Even later volgt er een instruerende toespraak van organisator Wim Meijer, die afsluit met een stichtelijk woord over het trainingskarakter van deze ochtend. ‘Het is géén wedstrijd!’.

Eenmaal onderweg blijkt dit stichtelijk woord voor velen aan dovemansoren verteld. Ze willen harder! En al lopen we met z’n drieën voorop met onze gele hesjes, onze tussentijdeninstructiekaartjes en onze stopwatches, wij worden nauwelijks serieus genomen. Al na 50 meter beginnen wij daarom afremmende maatregelen te nemen, die voornamelijk bestaan uit uitroepen als ‘achter de gele hesjes blijven!’, ‘niet zo dringen!’ en ‘je hoeft niet te winnen!’. Gelukkig houden we het daarna redelijk in de hand. Wel word ik af en toe ongeduldig op mijn hakken getrapt, maar dat neem ik maar voor lief.

Zo kabbelen wij rustig naar het vijfkilometerpunt, als er plots een groepje van drie lopers aan de andere kant van de weg voorbij komt stuiven. Moordend tempo. Henk Stevens, uitvinder van de Generale. Die heeft al zoveel dingen uitgevonden, dus dit kan er ook nog wel bij. Een ‘Generale aparte, een mis voor drie heren, drie gedaanten in hardloopgewaden die even gezwind als ze kwamen, weer opgaan in de ochtendmist. Ik zie spoken. Zinsbegoocheling. Ben ik nog beneveld van de vorige avond? Kan niet na een tripeltje en een slaapmutsje. Speelt mij de begeleidingsstress parten? Kan óók niet, want stress voelt anders. Dan moeten het mijn slechte ogen zijn geweest, die iets zagen wat er niet was. Want dit kan niet waar zijn! Wie jaren achtereen alle generalers heeft bezworen toch vooral in het gareel van de fietspaden en de politie te blijven, kan onmogelijk nu zelf aan dat gareel zijn ontsnapt. Discipline, dames en heren! Om kort te gaan: ik heb het mis en neem mij voor het voorval te vergeten en er verder ook met niemand over te spreken, al was het maar om mijzelf niet te blameren.

Ik concentreer mij weer op mijn voorname taak die ik zo’n tien kilometer later tot een goed einde breng, als onze groep maar een halve minuut te vroeg over de warmloopmeet komt. En terwijl ik voldaan mijn begeleidingsattributen aan Joan Merx teruggeef, hoor ik iemand zeggen dat er dit jaar voor het eerste een 14-kilometergroep meedeed; dat die groep uit drie man bestond en dat die door de organisatie waren geïnstrueerd om helemaal achteraan te starten en aan de andere kant van de weg te gaan lopen. Een soort omgekeerd gareel. Niks fietspaden en politie: andere kant van de weg! Er wordt beweerd dat de organisatie hen van te voren ook omgekeerd stichtelijk heeft toegesproken. Denk erom, het is een wedstrijd!

Ik geloof mijn oren niet. Het is dus toch waar; ogen minder slecht dan ik dacht.

De bevestiging komt een week later, bij de clubtraining, de laatste voor de Zevenheuvelenloop. We doen een stuk of zeven wedstrijdtempoloopjes van om en nabij een kilometer. Wij allemaal. Op drie na dan. Die gaan sub sixty. Die hebben hun eigen trainer en hun eigen route. Generale aparte. Ik wil het er niet meer over hebben.

 

 

Logo: Runners Club